Hoe wordt AI gebruikt in het onderwijs?
Docenten gebruiken AI vooral voor lesvoorbereiding, oefeningen op niveau, voorlopige feedback en administratie. Leerlingen gebruiken het bij huiswerk en schrijven. Het beoordelen en begeleiden blijft bij de docent. Een AI-beleid legt vast wat wel en niet mag.
Welke AI-tools zijn er voor het onderwijs?
Algemene assistenten zoals ChatGPT, Copilot, Gemini en Claude, AI-functies in leermiddelen van uitgevers, en eigen assistenten op het materiaal van je school. Kies op basis van wat er met gegevens gebeurt en welke afspraken je maakt.
Hoe kan AI bijdragen aan inclusief onderwijs?
Door leerstof voor te lezen, te vereenvoudigen of te vertalen, en door oefeningen op het niveau van elke leerling te maken. Let wel op vooroordelen in modellen en op verschillen in toegang tot AI tussen leerlingen.
Mag een school AI gebruiken om toetsen na te kijken?
Als hulpmiddel voor feedback wel, met de docent als beoordelaar. AI die zelfstandig leerresultaten beoordeelt met gevolgen voor een leerling, valt onder de hoog-risicoregels van de AI Act en vraagt extra waarborgen.
Kan AI ook helpen in de kinderopvang?
Ja, vooral bij administratie: observaties en verslagen voor ouders in concept, planning van medewerkers en groepen, en vragen van ouders beantwoorden. De zorg voor en het contact met kinderen blijft mensenwerk. Een planning moet altijd voldoen aan de beroepskracht-kindratio: het wettelijke minimum aantal beroepskrachten per groep. Dat reken je uit met de BKR-rekentool. De medewerker die plant, controleert het rooster.
Is er subsidie voor AI in het onderwijs?
Voor scholing van medewerkers in het mkb, zoals bij trainingsbureaus, is er de SLIM-regeling, en veel sectoren hebben een O&O-fonds. Voor scholen gelden andere budgetten. Zie subsidies voor een overzicht.
Welke AI-toepassingen zijn verboden in het onderwijs?
Sinds 2 februari 2025 verbiedt de AI Act systemen die emoties van leerlingen of studenten herkennen, behalve om medische of veiligheidsredenen. AI die bepaalt wie wordt toegelaten, leerresultaten beoordeelt, het passende niveau bepaalt of fraude tijdens toetsen bewaakt, geldt als hoog risico. Daarvoor gelden strenge eisen, zoals menselijk toezicht en documentatie.